Bibliografisch. Over de in het Nederlands vertaalde korte verhalen

Tijdens Maartens’ leven en ook nog daarna zijn er meer verhalen in het Nederlands vertaald en in tijdschriften en kranten gepubliceerd dan we eerder wisten.

Mijn lijstje uit 1986 bevat tussen 1893 en 1977 achttien uitgaven in het Nederlands, waaronder ook poëzie en romans. Daarbij zijn slechts zes korte verhalen in de betekenis van short story.
De lijst die ik de afgelopen tijd heb samengesteld is aanmerkelijk langer en bevat dertig titels. Deels zijn er overlappingen, er zijn verhalen onder meerdere titels uitgegeven. Omdat ze apart verschenen, heb ik ze ook apart meegeteld. Daar kun je over twisten, maar ik vind het logisch. Zeker omdat uit leeservaring van de vertalingen van The Sin of Joost Avelingh’ en My Lady Nobody bleek, dat vertalers de tekst hier en daar naar hun hand zetten of gewoon gedeelten oversloegen. Of dat bij de verhalen ook gebeurde weten we niet. Of er meerdere vertalers aan het werk zijn geweest ook niet. Ik vind dat er genoeg reden is om de diverse vertalingen apart mee te tellen.
Maartens werd blijkbaar meer gelezen dan we dachten. De Belofte bijvoorbeeld werd 1x in Noord Holland, 1x in Friesland en 2x in Indië uitgegeven. Haar laatste woord verscheen in 1902 in De Telegraaf, en in 1902 in Soerabaja en in 1906 in Batavia. Wat opvalt is, dat er in Nederlands Indië verhalen verschenen in het Bataviaasch Nieuwsblad, het Soerabajasch Handelsblad en de Sumatra Post. Dat zullen couranten geweest zijn. Het Bataviaasch Nieuwsblad heeft een eigen pagina op de Nederlandse wikipedia, Het Soerabajasch Handelsblad op de Engelse. Het Soerabajasch Handelsblad richtte het Het damesweekblad voor Indië op, wat eerder een magazine zal zijn geweest. Je kunt je er alles bij voorstellen, niet alleen een Engelstalig lezerspubliek maar ook nederlanders overzee konden genieten van Maartens’ beschrijvingen van het reilen in en zeilen in voornamelijk Nederlandse milieus. Verhalen over thuis.

 

Daarnaast werden sommige verhalen meerdere keren gedrukt onder een andere titel. In Extremis verscheen bijvoorbeeld nog een keer met als titel Een Afscheid. Het verhaal All My Story uit 1899 werd vaker vertaald, het verscheen respectievelijk als Mijn eigen geschiedenis in 1899, als Mijn enige belevenis in 1977 en als De gebeurtenis van mijn leven rond 1927 (? ). Dat zijn vier titels voor een verhaal, wat zou kunnen duiden op vier verschillende vertalers, of op uitgevers die rechten ontduiken, en in ieder geval aangeeft dat het verhaal gewaardeerd werd.

A Question of Taste, vertaald als Een kwestie van Smaak, valt strikt genomen niet onder de definitie van een (kort) verhaal, al heb ik ‘m in deze lijst nu wel opgenomen. Het is te lang voor een short story, werd als feuilleton uitgegeven in Het Vaderland in 1893/1894 en is meer een novelle of korte roman. De Moeder is uitgegeven in Warendorff’ s Novellen bibliotheek en heb ik zelf nooit in kunnen zien. Ik tel haar daarom nu wel mee met de zes verhalen, maar het zou goed kunnen zijn dat dat uiteindelijk ook een novelle blijkt te zijn.
Eigenlijk is het jammer dat we de term short story gebruiken, uit de Engelse literatuurtheorie. Dat is er in de Nederlandse literatuur zo ingeslopen. Zou het zo kunnen zijn dat het verhaal in de negentiende eeuw niet binnen de theoretische kaders van de twintigste eeuwse literatuurtheorie valt? Dat lijkt mij een aannemelijke gedachte. Mijn geheugen laat me eerlijk gezegd in de steek op dit moment. Ik zal een aantekening maken nog eens in de literatuurtheorie te duiken, die wetenschap zal de afgelopen jaren ook niet stilgezeten hebben.

Wat schreef ik in 1986 zoal over de verhalen? Dat veel auteurs eerst verhalen schrijven en met de daarbij opgedane kennis en ervaring later overstappen naar het schrijven van romans. Bij Maartens ging dat precies andersom. Na de publicatie van zevental romans, na de uitgave van Her Memory, zette hij zich aan het schrijven van verhalen. Ik citeer:
“ Van Maanen zegt dat er een verschil is tussen de perfectie waarmee de romans en de verhalen geschreven zijn. Een verschil dat groter is dan gebruikelijk. De romans bij Maartens zijn geen lange verhalen, maar eerder een aaneenschakeling en dooreenvlechten van korte verhalen, knap of minder knap met elkaar verbonden. Maartens was zijn taak als romanschrijver, van het in handen hebben van alle lijnen in het verhaal, en de aandacht van de lezer door spanning vast te houden, niet volledig meester. Het verhaal kon Maartens, door zijn handelbaarheid en overzichtelijkheid beter hanteren.

Natuurlijk levert de techniek van het schrijven van een short story ook specifieke moeilijkheden op: “ Sketchy as the characters necessarily are, they must yet be drawn with just so much and subtle selection of detail, that they impress us real and finished human beings. The story must have its introduction, its climax, its crisis, its ‘ denouement’, just as well as any novel; and they must be skillfully distributed. Description and dialogue, action and thought, should be nicely weighted off. There must be dramatic interest, and a good quantity of it. The story should form a whole, yet leave food for information.”

Van Maanen schrijf, na een paar beroemde voorbeelden genoemd te hebben, dat de verhalen van Maartens bijna perfect zijn. Ze zijn heel direct, er is dramatische spanning en een goed dialoog, en een subtiele keuze van details, die met verbeeldingskracht zijn gekozen. Natuurlijk zijn niet alle verhalen even goed, maar de meeste geven levendige en interessante beelden van een bonte verzameling mensen. De beperkingen van het verhaal hebben er de auteur bovendien van weerhouden te veel te moraliseren vanuit zijn auctoriale positie. En één tekortkoming van zijn romans, het teveel aan personen en gebeurtenissen, is in zijn verhalen ook afwezig. “ (…) I am of opinion that in the narrow limitations of the short story Maarten Maartens moves with as much ease and grace, but with more descretion and self-control than in the novels. “

Het oordeel van R.L.Magne staat tegenover dat van Van Maanen. **) “ Men zou geneigd zijn te gelooven dat de aard van zijn talent, de fijnheid zijner analyse, de elegante soberheid zijner wijze van beschrijven Maarten Maartens voorbeschikten voor de Novelle en dat het overmatige in zijn compositie vanzelf verdwijnen moest in dit genre. Het is zonderling: juist in de Novelle beweegt hij zich niet gemakkelijk. Het is of hij een omvang van langere duur met zijn persoon nodig heeft om over al zijn vermogens de beschikking te krijgen. “

In Engeland, waar de short story een heel eigen traditie kent, vonden critici Maartens ‘ a master of the short story’ en ‘ A brilliant stylist, he brought the cult of the short story to somewhere near perfection, his English being beautifully crisp and powerfull. ***). “

Wat jij, u of ik nu van de korte verhalen vind(t), that is the question. Geeft het lezen plezier en ontspanning? Leren we er wat van? Bieden ze een moment van escape uit onze hectische 21ste eeuw? Uit onderzoek onder lezers is gebleken, dat iedere lezer onder het lezen van een verhaal of roman zijn eigen boek creëert op grond van bijvoorbeeld kennis, levenservaring, oplettendheid en smaak. De een valt voor een goede plot, de ander voor mooie zinnen. Voor mij is het gemakkelijk, ik ben het niet eens met Magne en herken me grotendeels in de beschrijving van Van Maanen. Van de meeste verhalen die ik las, genoot ik. Eerlijk gezegd niet zozeer van de vertalingen die nu oud zijn, wel van de meer recente. En zeker van de originelen in het Engels. Maartens was een goede verteller die lezers van nu boeien kan met zijn taalgebruik, zijn humor en de ethische kwesties die hij aanroert. Hoe meer lezers te vinden, dat is de vraag. Misschien wel via deze site?

Mocht jij/ u, lezer, direct zin krijgen in een fijn kort verhaal van Maarten Maartens….kijk eens op www.boekwinkeltjes.nl en zie daar een stuk of zes betaalbare uitgaven van Vrouwen die ik heb gekend uit 1977, een paar maal Six short stories en Novellen en verzen. Goede aanschaf, alvorens eventueel over te stappen op romans. Daarvan zie ik er alvast een staan, die zeer betaalbaar is, De zonde van Joost Avelingh. En van daar kan het avontuur dan weer verder gaan. Blijf ik alleen reizen, denkt u?

 

*) Van Maanen p 111 ev. , Agnes Licht p 39 ev.

**) R.L.Magne, Iets over de werken van wijlen Maarten Maartens, in: De Amsterdammer, 29 augustus. 1915.

***) citaat 1: Daily Mirror, 6 augustus 1915. Citaat 2: Daily Chronicle 6 augustus 1915.

 

Zuidlaren, oktober 2017.

Bibliografisch. Lijst van in het Nederlands vertaalde korte verhalen

In het Nederlands vertaalde korte verhalen. Een nieuwe lijst.

Deze lijst is nogal uitputtend waar het de informatievoorziening betreft over vindplaats of bron. Dit deed ik omdat er nog steeds onduidelijkheden zijn. Gaandeweg zal er vast meer op zijn plek vallen. Gebruikte afkortingen ter indicatie van bron, inzien, eigendom, etc.:  bi= ingezien in bibliotheek, bp= info Bouwe Postmus 2015 (At home and abroad) of 2017 (mail), cal= catalogus Cambridge university library, eb=eigen bezit, hb=bibliografie Hendrik Breuls 2005, # = niet kunnen nazien


A

B
Bidden,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als Prayer, in: Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909  (eb)

C

D
De belofte,
In: De Sumatra post, 29 en 30 juni 1909 (bp)
In: Schager courant, 31 maart 1910 (bp)
In:  Nieuwsblad van Friesland, 10 en 24 september 1910 (bp)
In: Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indie, 2 mei 1912 (bp)
In : Maarten Maartens, Novellen en gedichten, Novellen en verzen. Verzameld en vertaald door dr.M.A.Schwartz, Bosch & Keuning, Baarn. Libellen-serie nr.98. zj. (eb)
Eerder verschenen als The Promise, in: Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909 (eb)

De dodenweg,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als The Death-Way in: Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909

De gebeurtenis van mijn leven,
In: Maarten Maartens, Novellen en gedichten, Novellen en verzen. Verzameld en vertaal door dr.M.A.Schwartz, Bosch & Keuning, Baarn. Libellen-serie nr.98. zj. (eb)
Eerder verschenen als All My Story in: Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909. Ook vertaald verschenen als Mijn Eigen Geschiedenis en De gebeurtenis van mijn leven, zie aldaar.

De Hond van den Dominee,
In: Het nieuws van den dag: kleine courant, 19, 20, 21 en 22 februari 1895
Ook verschenen als The Minister’s Dog in: My Poor Relations, stories of Dutch peasant life, Constable 1903. (eb). Ook verschenen als Le Chien du Pasteur in: Revue Bleue, revue politique et littéraire. Quatrième série —tome VIII, 34e annee- 2e semestre, 1er juillet au 31 décembre 1897. Paris, 1897, p.169-174. Traduit de l’ anglais par André Noël. (eb)

De liefdesgeschiedenis van den notaris,

In: De Sumatra post, 12, 13, 15, 16 en 17 augustus 1904 (bp)                                                                          Eerder verschenen als The Notary’s Love Story in: My poor relations, 1903 (eb)

De Moeder,
In: Warendorffs Novellen Bibliotheek no.208, 1908. Vertaald door Hajem. (#)
Eerder verschenen als The Mother in My Poor Relations, stories of Dutch peasant life, Constable 1903 (eb)

De ring,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als The Ring in Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909 (eb)

Diamanten, ons wekelijks verhaal.
In: Wereldkroniek op 23 januari 1926 (#)
Eerder verschenen als Diamonds in: The Woman’s Victory and other stories (eb)

E
Een Afscheid,
In: Bataviaasch nieuwsblad, 16 oktober 1915 (bp)
Zie onder bij In Extremis.
Eerder verschenen in: My Poor Relations, 1903 (eb)

Een Offer,
Het nieuws van den dag: kleine courant, 4, 5, 6, en 7 augustus 1897 (bp)
Eerder verschenen als A Drop of Blood,
In: Woman at Home, 1893. (#)
In: The Woman’s Victory and other stories, D.Appleton and company, New York 1907 (eb)
Ook verschenen met de titel Opgeofferd, zie beneden.

Een kwestie van smaak,
Feuilleton in: Het Vaderland, 3/4 december 1893 t/m 17 januari 1894. Vertaling door Cora.
Deze novelle verscheen als A Question of Taste zelfstandig in 1892 bij Heinemann in London.

Een kunstgreep,
In: Warendorff’s Geïllustreerde familiekalender voor het jaar 1901 (bp)
Eerder verschenen als “The Trick” in: My poor relations 1903 (eb)

Een liefdezang,
In: Het nieuws van den dag: kleine courant, 17 juni 1899 (bp)
Verschenen als A Love Song (bp)

H
Haar laatste woord,
In: De Telegraaf, 1 februari 1902 (bp)
In: Soerabaijasch handelsblad, 18 maart 1902 (bp)
In: Bataviaasch nieuwsblad, 12 december 1906 (bp)
Eerder verschenen als Her last word in: The Woman’s Victory and other stories (eb)

Haar portret,
In: Het nieuws van den dag: kleine courant, 20 januari 1895 (bp)
Later verschenen als The Bargain in: The Woman’s Victory and other stories (eb)

Het diner,
in: Het Vaderland, als Feuilleton van Het Vaderland, naar het Engels van Maarten Maartens, op 7/8, 9 en 10 januari 1900 (kopie eb)
Eerder verschenen als The Banquet in: Brothers All, more stories of Dutch peasant life. Tauchnitz 1909 (eb)

 

I
In extremis,
In: Bataviaasch nieuwsblad, 17 januari 1905 (bp)
In: Bataviaasch nieuwsblad, 12 december 1906 (bp)
In: Soerabaijasch handelsblad, 28 februari 1905 (bp)
In: De Sumatra post, 9 maart 1905 als: “In Extremis” (bp)
Ook verschenen met als titel Een Afscheid. Zie aldaar.
Eerder verschenen als In extremis in My Poor Relations 1903 (eb)

In verrukking,
In: De Telegraaf, 8 maart 1902 (bp)
Eerder verschenen als In Extremis in My Poor Relations 1903 (eb)

J
Jan,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb) Eerder verschenen als John, In: Temple Bar, Jan 1, 1900, vol 119, p206. (Cal) en in: Some Women I Have known (1901)

L

Lady Mary’s vergissing,
In: Damesweekblad voor Indië, 6 januari 1910. (bp)
Eerder verschenen als Lady Mary’s mistake, in: The Woman’s Victory and other stories, 1907 (eb)

Lied van liefde,
In: Europa, februari 1902 (#)
Verschenen als A Love Song in: The Woman’s Victory, 1907 (#)

Lord Venetia,
In: Het Leeskabinet, maandschrift gewijd aan Vaderlandsche en Buitenlandsche letterkunde. februari 1899. P.108-120 (kopie eb)
Eerder verschenen als Lord Venetia In: The Woman’s Victory and other stories, D.Appleton and company, New York 1907 (eb)

M


Mijn enige belevenis,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als All My Story, in: Good Words 1899, London, Isbister and Company, p53, illustrated by Gordon Browne (eb)

Mijn eigen geschiedenis,
In: Het nieuws van den dag: kleine courant, 12 maart 1899 (bp)
Ook verschenen als: Mijn enige belevenis en De gebeurtenis van mijn leven. Zie aldaar.                      Verschenen als All My Story,
In: Good Words 1899, London, Isbister and Company, p53, illustrated by Gordon Browne. (eb)
In: Brothers all, Tauchnitz, Leipzig 1909, p177 (eb)
In: Six Short Stories, selected by dr.W.van Maanen, Meulenhoff, Amsterdam,-1930 (eb)

Miss,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als “ Meess”, in: Some women I have known, London, Heinemann, 1901, p249 (eb)

O
Onze nicht Sonja,
In: Maarten Maartens, Vrouwen die ik heb gekend. Zeven verhalen. Vertaald door Elizabeth Stortenbeker. Meulenhoff, Amsterdam 1977 (eb)
Eerder verschenen als Our cousin Sonia, in: Some women I have known, London, Heinemann, 1901, p179 (eb)

Opgeofferd,
In: Leeuwarder courant, 23, 25 en 26 november 1895. (bp)
Eerder verschenen als Drop of Blood ,
In: Woman at Home, 1893. (#)
In: The Woman’s Victory and other stories, D.Appleton and company, New York 1907 (eb)
Ook verschenen als Een offer, zie boven.

S
“ Sic Transit “ , Oorspronkelijke Novelle uit de nagelaten Geschriften van Maarten Maartens.
In: de Haagsche Post, 1 januari 1916.

 

U
Uit den Franschen tijd,
In: De Sumatra post, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10 en 11 april 1907. (bp)
Eerder verschenen als The Passport (bp)

V
Van een Amerikaansche millionairsweduwe,
In: De locomotief: Samarangsch handels- en advertentieblad, 6 en 7 mei 1902 (bp)
Eerder verschenen als A Bit of To-day in: My poor relations, 1903

 

De openingsfoto bij deze tekst is de titelpagina van de bundel Vrouwen die ik heb gekend, een heruitgave van Meulenhoff in 1977. De foto’s van De Belofte en De gebeurtenis van mijn leven maakte ik van de uitgave door Dr.M.A.Schwartz:  Maarten Maartens, Novellen en verzen, Baarn.  De andere foto’s zijn gemaakt van kopieën van het verhaal uit de genoemde bron. 

Ziekte

Dit verhaal open ik met een print van Theedrinkende Dame van D.J.Bles. Het drinken van thee wordt al lange tijd beschouwd als een goede manier om gezond te blijven. Daarvan getuigt ook dit volksrijmpje:

Thee dat zuivert hals en mont

Thee lest ook de dorst terstond

thee helpt hooft en herte pijn

thee is duislings medezijn

thee maakt jong dat ouwelijk is

thee herstelt de koude pis. *)

Thee lijkt me een middel tegen alle kwalen, en het is nog lekker ook! 

Ziekte en het genezen daarvan. Een van de thema’s van Maartens’ romans en verhalen. Hij had er zelf levenslang ervaring mee. Zijn eigen lijf was hem niet altijd lief, ernstige hoofdpijnen en depressies ontkleurden bij tijden zijn dagen. Daarbij trouwde hij het meisje van zijn dromen en zij was geen gezonde Hollandse deerne, zij was een kwetsbaar jonger meisje en bleef een kwetsbare vrouw. Na de geboorte van hun eerste en enige kind verslechterde haar gezondheid en de rest van haar leven bleef zij patiënte. Wat haar mankeerde was en bleef onduidelijk, een huwelijk lang werd gezocht naar genezing. Omdat persoonlijke gegevens niet publiek gemaakt werden, hebben wij ook nu nog geen idee wat haar mankeerde.

  

Maartens reisde naar warmere streken, streken met meer zonlicht en heldere lucht, om aan te sterken. Zuid-Duitsland, Zwitserland, de Rivièra, Algiers. In de hoop op genezing. Samen met zijn gezin, alleen of met Willem, de butler en een goede vriend. Vanwege de onduidelijkheid van de ziekte van mevrouw Maartens waren deze reizen een ware odyssee. De medische stand kan door de tijdens deze reizen en in Nederland opgedane ervaringen rekenen op een behoorlijke portie humor en vilein in zijn boeken. Een kleine dosis daarvan zit in Ursula (zonder jaartal)/ My Lady Nobody (1895), waar miss Josine Mopius beroemd en berucht is met haar dagelijkse inname van een aantal korrels van het homeopatische middel Sympathetico Lob. **) Dat overal goed voor is en daardoor nergens goed voor is.

Twee romans wijdde hij ook aan de zoektocht naar genezing en het ras der dokters: The New Religion (1907) en The Healers (1906). Begrijp mij goed, ik ben van het holistisch benaderen van ziekte en gezondheid. Een lichaam is geen fiets, waarbij je gewoon een onderdeel kunt vervangen of repareren. Maar de beschrijving van de homeopathie en andere nieuwe behandelwijzen in de tijd van de ontwikkeling ervan rond 1900 is heerlijk en vol humor. De romans zijn satires op de medische wetenschap, gebaseerd op persoonlijke ervaringen die Maartens opdeed tijdens de behandeling van zijn eigen ziekte en die van zijn vrouw op reis naar het zuiden en kurend in sanatoria.

  

Wat mijzelf mankeert was en bleef ook jarenlang onduidelijk. Ik werd steeds minder energiek. De hectiek van werken op een middelbare school, toch al niet mijn favoriete werkomgeving, werd me onmogelijk. Ik verouder sneller dan past bij mijn leeftijd. In de loop der jaren ontwikkelde ik een lijst klachten, die door de huisarts en een paar in arren moede bezochte genezers òf in het laatje ‘gezeur’ of onder de hypes van de dag werden geschaard: ziekte van Lyme, vitamine B12 tekort, instraling van zware metalen en een geboortetrauma.

Tja. Een geboorte is meestal zowel voor moeder als baby een heftige gebeurtenis, maar een trauma? Ik had werkelijk de liefste moeder die men zich wensen kan. Lyme had gekund, teken zijn steeds vaker besmet en bijten me daadwerkelijk, want een deel van mijn leven sleet en slijt ik in de tuin en de vrije natuur met mijn grote harige vrienden. Vroeger paarden, toen de honden Beauki en Samuel en nu Monty. Het werd tijd om de huisarts effectief aan de jas te trekken en te vragen om serieus onderzoek, met enige nadruk op de erfelijke ziekten in mijn familie. Daar kwam resultaat uit, men noemt dat positief. Het enige positieve van dat resultaat vind ik de enorme opluchting nu ik weet en begrijp wat er aan de hand is. Dat het precies is zoals het voelt: traag en ondermijnend. Ik kan zelf met rust, goede moed en de juiste voeding aan genezing bijdragen. Als ik dat niet doe, dan blijf ik geplaagd worden door mijn lijst. Dat is dus geen optie. Trouwe lezers van mijn blog kunnen nu met mij begrijpen waarom het werk niet zo opschiet als ik graag zou willen. Waarom ik wel wil, maar soms gewoon niet kan. Steeds prioriteiten moet stellen.  Of een middag naar de vogeltjes in mijn tuin kijken, de tuin die door overmacht en gebrek aan levensenergie een klein vogelreservaat werd. Wat voor de vogels fijn is, want in deze contreien heeft men last van een grote mate van keurigheid. Gisteren werd me voorspeld dat de genezing toch wel een half jaar in beslag gaat nemen. Al mijn cellen en organen mogen gaan wennen aan een betere toevoer van energie en zo herstellen. In het voorjaar van 2018 hoop ik weer fris en fruitig te zijn.

Wat brengt mij dit eigen verhaal, waar het de studie van Maartens betreft? In de eerste plaats wat minder oordeel en meer empathie. Hoezo? Ik herinner mij, dat op het symposium in 2015 toch een keer of wat de ziekte van Maartens’ vrouw genoemd werd. Op dezelfde manier als mij ten deel viel de afgelopen jaren: we weten niet wat het was, dus het zal wel gezeur van vrouwen zijn. Oei, wat voelde ik dat toen aankomen. Het maakte me kwaad, maar daar kun je niet veel mee. Behalve dan op onderzoek gaan en dat is wat ik doe.

De medische wetenschap kan veel, heeft enorm veel bereikt, maar is geen alleskunner, geen heilig huis, maar mensenwerk. Toen en ook nu is veel onduidelijk waar het ziekte en gezondheid betreft. In de negentiende eeuw was gaandeweg de passie voor de microscoop zo groot geworden, dat men de patient compleet uit het oog verloor. Pas rond 1900 ging men zich weer duidelijker op de patient richten.***)

De kans is groot dat mevrouw Maartens leed aan een toen nog niet benoemde ziekte. Daarbij doet natuurlijk extra mee, dat de wetenschap vrijwel volledig door mannen beoefend en op hen afgestemd was. Pas in onze tijd wordt duidelijk dat vrouwen niet alleen van buiten maar ook van binnen een anders functionerend lichaam hebben en dat ziektes zich anders manifesteren en uiten. Voor jonge wetenschappers is nog heel wat werk aan de winkel! Voor mij betekent dat simpelweg dat niet alleen Maartens maar ook mijn eigen genezing mijn aandacht zal hebben de komende maanden. Wie weet kom ik in dat proces wel informatie tegen die enig inzicht kan geven in de situatie van Anna van der Poorten Schwartz? Dat zou natuurlijk prachtig zijn. Daarvoor is het wel belangrijk om ergens meer feiten op te duikelen, een lijst met symptomen bijvoorbeeld. Bestaat er zoiets als een archief voor huisartsen, waar ze na hun pensioen de patiëntenkaarten onderbrachten?

De studieboeken voor de komende tijd zullen zijn:

  • Christiane Northrup, Vrouwenlichaam en vrouwenziel. Een baanbrekend werk van de holistisch werkende gynaecologe. Vanaf pagina 3 wilde ik, dat ik het eerder had gelezen. Het verbindt en geeft inzicht.
  • Marita Mathijsen, De gemaskerde eeuw. Amsterdam 2002. Ziekte en dood en hoe daarmee werd omgegaan in de negentiende eeuw komen aan bod in hoofdstuk 2. Als de 19de eeuw je interesseert een aanrader, Mathijsen beschrijft erin hoe moraal en werkelijkheid niet altijd hand in hand gingen. Het denken en doen, idealen en mentaliteit, bereiden voor op de 20ste eeuw en moderne tijd.
  • Pieter Stokvis, Het intieme burgerleven. Huishouden, huwelijk en gezin in de lange 19de eeuw. Om meer zicht te krijgen op het samenleven binnen het gezin sowieso een interessant boek. Ook sterven komt aan de orde.

Nu is het eerst tijd om een pot thee te zetten. Daarbij kan het lezen dan een aanvang nemen.

 

*) Nederland uit de kunst, 365 dagen kijken en lezen. Terra.

**) My Lady Nobody, A Novel. London 1895, Bentley and son. p181-182.

Ursula. Uit het Engels van Maarten Maartens door Mevr. C.A.La Bastide. Amsterdam, Holder & co. Tenminste, daar ging ik vanuit. Hoe verrast was ik toen ik in hoofdstuk 17 zag dat de betreffende passage niet is meegenomen door de vertaalster en dus ontbreekt! Het is niet de eerste keer dat ik noteer dat een vertaler de tekst naar haar hand heeft gezet. Foei! Bovendien, een deel van de lol van het lezen gaat er wel af.

***) Nederland rond 1900. Reader’ s Digest. Amsterdam 1993.